Wijnsoorten


Algemene regels voor een goede wijn-spijs combinatie

Hoe lichter het eten, hoe lichter de wijn.
Rode wijnen smaken het best bij rood vlees, zoals rundvlees en kalfsvlees. Rosé wijnen smaken het best bij wit vlees en licht rood vlees, zoals mager kalfsvlees. Witte wijnen smaken het best bij wit vlees, zoals varkensvlees en kip.

Kies een smaakvolle wijn bij een pittig gerecht.
Toevoegingen als romige sauzen, spekjes, kruiden en bakken in boter of olijfolie maken het vlees of de vis krachtiger van smaak. Een lichte wijn proef je dan niet meer en dat is zonde.
Stevig gekruid en gebakken vlees of een pittige maaltijd vragen dus om een wijn die tenminste evenveel smaak heeft als het gerecht. Hetzelfde vlees in een licht gekruide, gepocheerde of roerbakken versie houdt meer van een licht rode of witte wijn.

Combineer eenvoudige gerechten met een eenvoudige wijn en kies voor zwaardere gerechten een zwaardere wijn.
Bij een mager stukje vlees of een licht gerecht past een fruitige wijn erg goed. Wordt het vlees of het gerecht vetter of zwaarder, dan past een vollere, rode wijn beter.

De wijn mag het gerecht niet overheersen, maar ook het gerecht mag de wijn niet overheersen.
Combineer bij voorkeur niet een zeer uitgesproken gerecht met een complexe wijn, tenzij de smaken
elkaar aanvullen.

Drink witte en rode wijnen niet ijskoud of te warm.
Rode wijnen smaken het best op zo'n veertien tot zestien graden, niet te warm dus.
Witte wijnen smaken het best op een graad of acht.